Er worden in Nederland verschillende soorten granen geteeld. Het belangrijkste is tarwe. Gerst en tarwe kunnen zowel in het najaar als in het voorjaar worden gezaaid.
Het meeste graan wordt gezaaid in de herfst (vooral wintertarwe). Voor de winter kiemt het gewas en ontstaan kleine plantjes die in de winter niet veel verder doorgroeien. Er wordt eerst één stengel gevormd, later volgen er meer. Dit noemen we ‘uitstoelen’. In het voorjaar groeien de planten ineens snel de hoogte in (‘schieten’). Daarna begint de aarvorming in mei/juni en de bloei. Aan de bloei is niet veel te zien. Na de bloei worden de korrels in de aar gevuld. Dit vindt plaats in juni/juli. De bladeren beginnen te verouderen en af te sterven, te beginnen met het oudste blad onderaan de stengels. Het graan kleurt dan van groen naar helemaal geel. Wanneer het vochtgehalte in de korrels laag genoeg is en de korrels helemaal zijn gevuld, wordt het graan met een maaidorser (‘combine’) geoogst. Hierbij worden de planten afgesneden en in de machine wordt tegelijk de korrels gescheiden van de rest van de plant en komt het stro, de plantenresten, aan de achterkant uit de machine. Het stro is een bijproduct voor de akkerbouwers.




Spelt is een primitieve variant van de gewone tarwe die tegenwoordig weer meer geteeld wordt. Het wordt vooral gebruikt voor brood. Er wordt vaak gedacht dat spelt glutenvrij is, maar dat is niet zo. Het bevat wel minder gluten dan tarwe. Spelt wordt gezaaid in het najaar en geoogst in augustus. De opbrengst is veel minder dan van tarwe.
Maïs is in Nederland ook een groot gewas, maar wordt voornamelijk geteeld door melkveehouders en vrijwel niet door akkerbouwers. De melkveehouders gebruiken snijmais als voedingsgewas voor hun koeien. Mais wordt gezaaid in het voorjaar en geoogst in oktober. Vaak wordt de hele plant verhakseld tot veevoer, maar soms worden alleen de maiskolven geplukt en gemalen. Er is ook een variant die wordt gegeten door mensen, de suikermaïs. Deze rijpt eerder af en kan daardoor wel in Nederland geteeld worden, hoewel maïs eigenlijk meer geschikt is voor warmere streken.